Op dinsdag 15 september stond de Vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten op de receptie in zijn ambtswoning stil bij Prinsjesdag en de samenwerking met Curaçao. Zowel op bestuurlijk vlak als met het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Vertegenwoordiger dhr. Gerbert Kunst, lichtte een aantal plannen voor het komend jaar toe.

Beeld: © Vertegenwoordiging van Nederland in Willemstad / Ramsay Soemanta
Landspakket
“Voor de drie autonome landen in het Caribisch gebied is het goed nieuws dat er ruimte is gekomen voor een vervolg op de Landspakketten. Ik noem het graag een Landspakket 2.0. Niet simpelweg een voortzetting van wat er al was, maar een nieuwe fase waarin we voortbouwen op wat we samen hebben bereikt en tegelijkertijd ruimte bieden voor wat ieder land zelf nodig heeft. Voor Curaçao kan zo’n Landspakket 2.0 ook de basis vormen voor een bredere samenwerkingsagenda met Nederland.”
Samenwerking
Dhr. Kunst ging uitvoerig in op verschillende voorbeelden van samenwerking. Hij belichtte bestaande vormen en gaf aan waar er potentie ligt voor meer. Dat geldt onder meer voor de aanpak van voedselzekerheid, versterken van de weerbaarheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk en investeren in maatschappelijk middenveld.
“Want als we binnen ons Koninkrijk voor dezelfde maatschappelijke uitdagingen staan, waarom zouden we dan ieder voor zich het wiel opnieuw uitvinden? Juist daar kunnen we elkaar versterken. Door kennis en ervaring te delen, best practices uit te wisselen en daar waar het echt meerwaarde biedt, samen op te trekken.”
Zo is het ook voor de ambitie van het Caribisch deel van het Koninkrijk en Nederland om meer financiële middelen uit Brussel aan te trekken waar binnenkort een EU Platform zal worden opgericht:
“Je bereikt (daar) het meeste als je je zaken goed voor elkaar hebt én als je, waar dat kan, met één sterk verhaal en als één team naar voren treedt. Dat is voor mij de gedachte achter deze nieuwe fase in onze samenwerking: Niet alles samen, maar samen waar het sterker maakt.”
In dit kader refereerde hij ook aan de top in november, waar de vier landen van het Koninkrijk hun samenwerking willen verdiepen. Deze top wordt een jaarlijkse traditie.
“Zo geven we samen invulling aan het uitgangspunt: nos ta un reino – wij zijn één Koninkrijk. Want samenwerking is geen eenmalige actie. Het is een doorlopend proces van luisteren, leren en samen bouwen.”
Tot slot
“Als ik één ding uit het afgelopen jaar meeneem, is het dit: Curaçao heeft ongelooflijk veel kracht. In zijn mensen. In zijn ondernemers. In zijn maatschappelijke organisaties. In zijn jeugd. In zijn cultuur. Onze rol als Vertegenwoordiging is niet om die kracht over te nemen. Onze rol is om haar te versterken waar we dat samen kunnen doen. Daarom zie ik met veel plezier uit naar onze samenwerking in het komende jaar.”