Excellenties, Damas i kabayeros, bon biní. Protokòl a wòrdu sirbí. Esaki ta e di dos biaha ku mi tin e oportunidat pa para boso dilanti. I kada bes di nobo mi ta sintimi honrá pa eksperensiá e aliansa aki.
Dames en heren, bon biní. Conform het protocol zijn de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders begroet net als u.
Dit is de tweede keer dat ik voor deze gelegenheid voor u mag staan. En elke keer voel ik weer hoe bijzonder het is om deze verbondenheid te ervaren. Voor het vervolg van mijn toespraak ga ik door in het Nederlands, om mij goed en duidelijk te kunnen uitdrukken.
Prinsjesdag 2026
Vandaag is een bijzondere dag: Prinsjesdag. Een dag waarop we niet alleen kijken naar de cijfers en de plannen voor het komende jaar, maar vooral ook naar de toekomst. Vanochtend sprak de Koning de Troonrede uit en presenteerde de Nederlandse regering de begroting voor 2027, de Miljoenennota. Die plannen raken niet alleen Nederland, maar het hele Koninkrijk. Want aan onze toekomst bouwen we samen.
Ook vanuit de Vertegenwoordiging van Nederland op Curaçao werken we iedere dag met u aan die toekomst. Door economische ontwikkeling te versterken, kwetsbare maatschappelijke sectoren te ondersteunen, met de jeugd in gesprek te gaan en te investeren in voedselzekerheid, duurzaamheid en crisisbestendigheid.
Al die inspanningen hebben uiteindelijk hetzelfde doel: Curaçao – en in mijn rol van Vertegenwoordiger in de drie autonome landen natuurlijk ook Aruba en Sint Maarten – sterker, weerbaarder en beter voorbereid op de toekomst maken. Een opgave die we samen hebben. Precies zoals de Gouverneur vorige week benadrukte bij de opening van het parlementaire jaar van Curaçao.
Landspakket vervolg en gezamenlijke EU inzet
En wat betekent Prinsjesdag dit jaar voor het Caribisch deel van ons Koninkrijk? Voor de drie autonome landen in het Caribisch gebied is het goed nieuws dat er ruimte is gekomen voor een vervolg op de Landspakketten. Ik noem het graag een Landspakket 2.0. Niet simpelweg een voortzetting van wat er al was, maar een nieuwe fase waarin we voortbouwen op wat we samen hebben bereikt en tegelijkertijd ruimte bieden voor wat ieder land zelf nodig heeft.
Voor Curaçao kan zo’n Landspakket 2.0 ook de basis vormen voor een bredere samenwerkingsagenda met Nederland. Want als we binnen ons Koninkrijk voor dezelfde maatschappelijke uitdagingen staan, waarom zouden we dan ieder voor zich het wiel opnieuw uitvinden? Juist daar kunnen we elkaar versterken. Door kennis en ervaring te delen, best practices uit te wisselen en daar waar het echt meerwaarde biedt, samen op te trekken.
Neem de maritieme ontwikkeling van de haven van Curaçao. Hier kan de gezamenlijke inzet van Curaçao en Nederland richting de Europese Unie kansen bieden. Over twee weken staan hier op dit terras collega’s van de zes eilanden en Nederland bij elkaar. Zeven partners aan één tafel, om te bespreken hoe we onze inzet richting de Europese Unie kunnen versterken. We willen dat het EU Platform noemen. Niet omdat we voortaan alles samen moeten doen. Maar om steeds de vraag te stellen: waar kunnen we elkaar versterken? Want soms is één plus één gewoon twee. Maar als we het goed doen, kan het binnen ons Koninkrijk ook drie worden. En vanuit mijn eigen ervaring in Brussel weet ik: daar bereik je het meest als je je zaken goed voor elkaar hebt én als je, waar dat kan, met één sterk verhaal en als één team naar voren treedt. Dat is voor mij de gedachte achter deze nieuwe fase: niet alles samen, maar samen waar het sterker maakt.
Samenwerking die leeft
Die gedachte zie ik ook terug in de samenwerking tussen Nederland en Curaçao. Want die samenwerking draait natuurlijk niet alleen om een Landspakket, geld of economie. Het gaat om mensen, om initiatieven, om de kracht van onze gemeenschappen. En die samenwerking leeft.
Het draait zoals ik dat zou willen noemen om “de kracht van de Tulp en de Flamboyan”. Zo zag u ook ons logo op de uitnodiging van vandaag. Een tulp had ik al in mijn tuin in Nederland, en ik ben blij dat ik nu een Flamboyan in de tuin van de residentie heb staan. De Flamboyan symboliseert voor mij op deze plek de warme band en samenwerking tussen Curaçao en Nederland, en de boom kan echt groot worden en met stevige wortels – dus laten we erop inzetten dat dat ook is hoe de samenwerking zich blijft ontwikkelen.
Op het vlak van de persoonlijke ontmoetingen gaat dat in elk geval heel goed! Al enkele maanden na de start van het kabinet-Jetten hebben we de minister-president en staatssecretaris Van der Burg mogen ontvangen op Curaçao. De staatssecretaris is inmiddels voor de tweede keer geweest en komt in oktober opnieuw. Ook staan dit jaar bezoeken op de agenda van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer en van de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Economische Zaken.
Precies zoals de Koning vanmorgen in de Troonrede ook uitsprak, namelijk dat het Nederlandse kabinet de handen ineen slaat met de landen Curaçao, Sint Maarten en Aruba, en met Caribisch Nederland. Wat ik hierin vooral zie, is dat we elkaar niet alleen als partners zien, maar vanuit gelijkwaardigheid samen maatschappelijke opgaven willen oppakken en elkaar daarin willen steunen.
Dat brengen we ook verder in november, als we de dialoog tussen alle vier de landen verder zullen verdiepen. Dan is er een top, zoals de Koning aangaf, van de vier landen in het Koninkrijk, om de voortgang en kansen te bespreken op alle terreinen van samenwerking. Van economie en bestaanszekerheid tot klimaat en afvalverwerking. Deze top wordt een jaarlijkse traditie.
Zo geven we samen invulling aan het uitgangspunt: nos ta un Reino – wij zijn één Koninkrijk. Want samenwerking is geen eenmalige actie. Het is een doorlopend proces van luisteren, leren en samen bouwen.
De kracht van Curaçao
Als Vertegenwoordiger van Nederland in Curaçao zie ik daarbij dagelijks hoe belangrijk het is om niet alleen met overheden en het bedrijfsleven samen te werken, maar juist ook met de samenleving zelf.
Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, is misschien wel dát wat mij het meest is opgevallen: de ongelooflijke kracht van het maatschappelijk middenveld hier op Curaçao. Die kracht zie je op heel verschillende plekken.
In de sport bijvoorbeeld. Ik denk nog vaak terug aan het enthousiasme en de saamhorigheid rond de Blue Wave tijdens het Wereldkampioenschap voetbal. En twee weken geleden zagen we diezelfde trots bij de jongeren die in Williamsport wereldkampioen werden in de Little League.
Sport verbindt. Maar het doet meer. Het leert jongeren omgaan met winst en verlies, verantwoordelijkheid te nemen en discipline te ontwikkelen. Vaardigheden die ook buiten het veld van grote waarde zijn.
Die kracht zie je ook bij organisaties die iedere dag in hun gemeenschap het verschil maken.
Neem Fundashon Riba Tera, die met veel toewijding steelpanlessen geeft aan leerlingen van een speciale school. Daarmee geven zij kinderen niet alleen de kans om muziek te maken, maar dragen zij bij aan hun ontwikkeling én aan het doorgeven van een mooie Curaçaose culturele traditie aan een volgende generatie.
Of de Green Recovery Space, een leer- en ontmoetingsplek waar bevlogen professionals laten zien wat samenwerking kan opleveren voor kwetsbare mensen in onze samenleving, ook met Hogeschool Windesheim in Nederland. Juist op het gebied van mentale gezondheid is die samenwerking van grote waarde.
En dan cultuur, een van de sterkste verbindende krachten in deze gemeenschap.
De Vertegenwoordiging heeft bijvoorbeeld de documentaire over uitgeverij In de Knipscheer ondersteund, van zo grote betekenis voor de literatuur van Curaçao en Caribische letteren in het algemeen.
En ik denk aan de documentaire Wow! The Nature Film, die ons niet alleen laat zien hoe bijzonder de natuur van Curaçao is, en die van de andere 5 Caribische eilanden, maar ons ook een spiegel voorhoudt. Want die natuur is van betekenis voor ons allemaal binnen het Koninkrijk en verbindt ons.
Dit zijn geen projecten van de overheid alleen. Dit zijn voorbeelden van mensen die zelf initiatief nemen, elkaar vinden en iets in beweging zetten. Dáár willen wij als Vertegenwoordiging naast staan.
Met ons Klein Projecten Fonds en onze bredere subsidie voor het Maatschappelijk Middenveld kunnen we daar ook concreet aan bijdragen. Sinds mijn start hier eind mei vorig jaar hebben we inmiddels ruim 50 stichtingen en organisaties kunnen ondersteunen, met bijdragen van 5.000 tot 7.500 gulden uit het Klein Projecten Fonds. Misschien zijn het bescheiden bedragen. Maar het zijn concrete bijdragen aan mensen en initiatieven die Curaçao iedere dag een beetje sterker en mooier maken.
Samen sterker
Diezelfde gedachte zie ik terug bij voedselzekerheid. Op de eilanden van het Caribisch deel van ons Koninkrijk zijn we voor een groot deel afhankelijk van voedselimport. Dat maakt ons kwetsbaar. Maar die kwetsbaarheid biedt ook een kans: om meer lokaal te produceren, ondernemerschap te versterken en onze voedselvoorziening weerbaarder te maken.
Met de oprichting van de Stichting CariFoodFund zetten we daarin een belangrijke stap. Hiervoor is 18 miljoen euro gereserveerd in een private pijler. En al in het vierde kwartaal van dit jaar willen we de eerste leningen vanuit de stichting laten verstrekken. Samen met de private sector investeren we in ondernemers op Curaçao, Aruba en Sint Maarten en op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Want als we investeren in voedsel, investeren we tegelijkertijd in ondernemerschap, economische veerkracht en de kracht van onze lokale gemeenschappen. Daarnaast is er een publieke pijler voor de zes eilanden, met financiële middelen om de structuren te versterken die nodig zijn om ondernemers verder te helpen.
Ook de Gouverneur benadrukte vorige week het belang van voedselzekerheid en duurzame landbouw. Hij wees daarbij op het versterken van kennis over lokale landbouw en visserij, en op het benutten van technische ondersteuning en financieringsmogelijkheden binnen het Koninkrijk en de regio.
En ik heb natuurlijk ook de plannen van het kabinet van Minister President Pisas gezien, en de inzet van minister Middelhof voor het herintroduceren van het Agrifonds voor de landbouw- en visserijsector op Curaçao, en het opzetten van een Agri Business Academy. Hoe mooi sluiten onze plannen dan op elkaar aan! En precies daar zit de kracht van samenwerking. Als we kennis, ondernemerschap en middelen met elkaar verbinden, kunnen we bouwen aan sterkere en weerbaardere eilanden.
De volgende generatie
Een ander mooi voorbeeld is het Kingdom Startup Program. Een programma waarin we jong talent, ondernemerschap, samenwerking en duurzaamheid binnen ons Koninkrijk verbinden. Samen met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben we vanuit de Vertegenwoordiging middelen beschikbaar gesteld om dit programma samen met de drie universiteiten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten uit te voeren.
Deze zomer kwamen studenten zes weken bijeen op Aruba. Met workshops, coaching en begeleiding van experts uit het Caribisch gebied, Nederland en de Verenigde Staten werkten zij aan innovatieve oplossingen voor concrete uitdagingen: van economische diversificatie en duurzaamheid tot gezondheidszorg en fintech. Daarbij heb ik ook dankbaar gebruik kunnen maken van mijn eerdere ervaring bij het Nederlandse Consulaat Generaal in San Francisco.
Wat mij in Silicon Valley altijd heeft aangesproken, is het principe van paying it forward: je kennis en ervaring doorgeven aan de volgende generatie, maar ook om te delen wat je niet goed hebt gedaan, in openheid en transparantie, en mee te geven, dat dat geen falen was maar een waardevol feedback moment om het volgende keer beter te doen. Dat is precies wat we met het Kingdom Startup Program willen bereiken: jonge mensen niet alleen goede ideeën laten ontwikkelen, maar hen ook de kennis, het netwerk en het vertrouwen geven om die ideeën verder te brengen.
En het mooie nieuws is dat we als Vertegenwoordiging dit programma volgend jaar met de 3 universiteiten kunnen herhalen. Die continuïteit is belangrijk. Want zo bouwen we stap voor stap aan een nieuwe generatie innovatieve ondernemers in het Koninkrijk. En zo meteen hoort u zelf meer over één van die plannen van het winnende team.
Weerbaarheid
Als we spreken over een toekomstbestendig Curaçao, dan gaat het ook over weerbaarheid. Het Caribisch deel van ons Koninkrijk is kwetsbaar voor verschillende dreigingen. Dat hebben we de afgelopen tijd opnieuw gezien, in een periode van geopolitieke onrust in de regio. Maar weerbaarheid gaat over meer dan internationale spanningen. Ook natuurgeweld en digitale dreigingen vragen steeds meer van ons. Onze afhankelijkheid van digitale systemen groeit, en daarmee ook de gevolgen als die systemen uitvallen.
Rampen en crises houden zich niet aan grenzen, maar gelukkig onze samenwerking ook niet. Ook hier geldt: samen zijn we sterker. Door kennis te delen, elkaar goed voor te bereiden en gezamenlijk op te treden, kunnen we de impact van crises voorkomen of beperken. Daarom zet ook het Nederlandse kabinet zich in voor de veiligheid en weerbaarheid van het Caribisch deel van het Koninkrijk, zoals vastgelegd in het coalitieakkoord en de beleidsbrief van de staatssecretaris voor Koninkrijksrelaties. Want weerbaarheid begint met voorbereiding, maar wordt sterker door samenwerking.
Samen verder
Tot slot wil ik nog kort stilstaan bij ons eigen team. Om de samenwerking met onze partners op Curaçao iedere dag verder te brengen, hebben we hier in Willemstad een sterk en gemotiveerd team nodig.
Ik ben heel trots op ons team van lokale collega’s en collega’s uit de andere eilanden en Nederland, met ieder hun eigen kennis, ervaring en netwerk. Collega’s die Curaçao kennen en begrijpen of willen leren kennen en begrijpen wat hier speelt, en zich iedere dag inzetten om de samenwerking verder te versterken.
In de afgelopen periode hebben we nieuwe collega’s mogen verwelkomen bij het team van het Bedrijfsbureau en het team Beleid. Zij brengen weer nieuwe kennis en ervaring mee, en versterken daarmee ons team, onze dienstverlening én ons netwerk met u. En daarmee kom ik tot het einde.
Als ik één ding uit het afgelopen jaar meeneem, is het dit: Curaçao heeft ongelooflijk veel kracht. In zijn mensen. In zijn ondernemers. In zijn maatschappelijke organisaties. In zijn jeugd. In zijn cultuur. Onze rol is niet om die kracht over te nemen. Onze rol is om haar te versterken waar we dat samen kunnen doen.
Daarom zie ik met veel plezier uit naar onze samenwerking in het komende jaar. Samen met de collega’s van de Vertegenwoordiging ga ik graag met u verder in gesprek over hoe we elkaar kunnen ondersteunen en samen kunnen werken aan een sterker en weerbaarder Curaçao. Want aan die toekomst bouwen we samen.
Afsluiting
Dank u wel voor uw aanwezigheid, uw aandacht en vooral voor de samenwerking. Ik wil mijn collega’s van de Vertegenwoordiging bedanken voor het bijdragen aan deze speech, dan weet u maar gelijk dat AI ons niet geholpen heeft 😉
Ik wil ook de artiesten, Duo Krioyo, die ons vanavond begeleiden bedanken, en vooral omdat ze straks starten met het lied Atardi, en liefdevol zingen over het einde van de mooie middagen op Curaçao waar ik altijd zo van geniet.
Graag wil ik eindigen in het Papiamentu: I pa terminá, mi ke yama boso danki pa boso presensia i atenshon awe nochi.